Op 12 maart heeft u al de visie van Noël Colpin, Belgische kandidaat voor de post van secretaris-generaal bij de Wereld Douane Organisatie, kunnen bekijken via vidcast.
Vandaag zetten we het gesprek met de heer Colpin samen met Pieter Haesaert en Ann Vissers van Customs4trade verder. In de onderstaande podcast komt u meer te weten over de de nieuwe spelers binnen de logistiek, over de rol van de Wereld Douane Organisatie, de evoluties binnen de douane wereldwijd en de daaraan verbonden gevolgen voor de werking binnen de douane.
Beluister hier de podcast!
Het VBO heeft een brochure “Secure Trade Lanes: bent u klaar voor de logistiek van de 21e eeuw?“gemaakt rond Authorised Economic Operator. Hoe komt het dat douane vandaag zo hoog op de agenda staat?
Het kadert in de visie over de douane wereldwijd. België kan immers niet afgezonderd worden van de rest. De visie over de douane geeft een visie over de WDO, dit is een geheel. Europa speelt hier ook een rol net als de andere continenten.
Maar wat gebeurt er met de douane?
Douane wordt geconfronteerd met een aantal tendensen. Het eerste gevolg is de toenemende vrijhandelszones die overal aan het ontstaan zijn, niet alleen in Europa. Tal van economische unies in de wereld die almaar toenemen. Hierdoor groeit de economie. Dit is uiteraard goed om de handelsbarrières naar beneden te doen. Dit geeft een stijging van de wereldeconomie.
Het tweede gevolg is dat er meer handel en meer transport is wanneer er meer economie is. 90% van de handel is containervervoer met een stijging van 15% per jaar. Dit is ook te zien in Antwerpen waar over een aantal jaren de Linkeroever vol zal zitten. Vandaar dat men nu al bezig is voor een uitbreiding.
We zitten ook met een ander soort logistiek. Er ontstaat een zeer snelle logistiek voor een aantal producten die onderhevig zijn aan het snel beschikken over de goederen. Deze logistiek zit verspreid over de hele wereld. Men produceert en koopt daar waar het goedkoopst is. Op een bepaald moment moeten alle partijen heel vlug op elkaar afgestemd worden. Hierdoor ontstaat de noodzaak voor snelle logistiek. Men ziet ook nieuwe spelers ontstaan, de 4PL’s en 5PLS.
Vroeger had men de drie partijen, een douaneagent, een expediteur en een opslagbedrijf. Nu worden daar bedrijven, 4PL, aan toegevoegd die de volledige logistiek op hun nemen. Zij zorgen voor een plaats op het schip, voor de doorgang aan de sluizen, enz.
De 5PL’s nemen de e-business over maar ook het klantenbeheer, het beheren van uw leveranciers en de volledige logistiek. Het feit dat de keten steeds langer wordt, wordt ook de logistiek complexer. Men produceert niet alleen mondiaal maar ook de afzetmarkt is mondiaal. Een belangrijke tendens die interessant is voor de douane omdat een groot deel van die zaken elektronisch gebeuren.
Het gevolg van die twee evoluties, toenemende vrijhandelszones en snelle logistiek, is dat het werk van de douane complexer wordt. Douane moet de oorsprongregels van deze Free Trade Agreements controleren. Men verwacht van ons dat we nog sneller werken waardoor we nog minder kunnen controleren om die handelsstromen zo vlot mogelijk te laten verlopen.
Een derde evolutie is de veiligheid. Hier verwacht men van ons dat we de beveiliging van de logistieke keten garanderen. Een omgekeerd signaal dus waarbij Douane meer moet controleren.
Dat is de uitdaging voor douane. Dit is geen Belgisch fenomeen of Europees fenomeen maar een wereldwijd fenomeen. Toch de veiligheid garanderen én tegelijkertijd nog meer faciliteren en dat in een complexe omgeving van logistiek en economie en ook in een omgeving die vijandig is.
We moeten een nieuwe balans vinden rond al deze fenomenen met slechts één antwoord. We moeten onze manier van werken veranderen. We zijn nu gericht op invoer. We zijn van oudsher de poortwachters van de grens vanuit het 19de eeuwse statendenken. Maar nu moeten we van local naar global gaan. Hier bedoel ik mee dat we export en import met elkaar moeten verbinden. We focussen ons nu op invoer maar elke invoer begint met een uitvoer ergens in de wereld. Eigenlijk moeten we de uitvoer koppelen aan de invoer. Dat is de winst voor iedereen, zowel voor ontwikkelde landen als voor ontwikkelingslanden. Ontwikkelde landen zijn nu meer bezig met “supply chain security”. De ontwikkelingslanden zijn echter gefocust op het innen van invoerrechten die een grote bron van inkomsten zijn en het zo goed mogelijk bestrijden van de fraude.
Door de koppeling van uitvoer met invoer is alles afgedekt. We hebben hier al studies rond gedaan. Ook de Amerikanen hebben hier een volledig project rond. We hebben de vergelijking invoer en uitvoer gedaan. Op statistische basis zie je dat er meer aan waarde van goederen is uitgevoerd dan ingevoerd in een ander land. Wanneer deze informatie ter beschikking is in realtime en online door de koppeling kunnen de ontwikkelingslanden ook beter innen dan nu het geval is. Voor de ontwikkelde landen gaat het eerder om de beveiliging van de supply chains.
We willen dit graag realiseren en de “authorized economic operator” speelt hier een belangrijke rol in. Omdat men dan de Supply chain vertrekkende van uitvoer naar invoer moet gaan afdekken. Vanuit veiligheid moeten we dan gaan kijken welke “aeo’s” integer zijn. Zo kunnen we focussen op diegenen die niet integer zijn. Dit is een voordeel voor de ontwikkelingslanden. Zij kunnen zich focussen met deze online-informatie (departure- en arrival-gegevens) op landen/stromen die niet gecertificeerd zijn.
Dit zouden we wereldwijd moeten realiseren. Wat Europa nu doet, moeten we op wereldvlak doen. Dat is de grote uitdaging van de WDO maar het is bewezen dat het kan.
De WDO zou de S.W.I.F.T. moeten worden van de douane. Ik bedoel hiermee de HUB waarmee de informatie tussen douane waar ook ter wereld wordt beveiligd, gegarandeerd, verzekerd. Dit doet S.W.I.F.T. eigenlijk voor banktransacties. Waarom kan dit ook niet voor de transacties of informatie van pre-arrival, pre-departure? Waarom ook geen rol aan de WDO geven om de HUB te worden voor dit soort informatie?
Dit is nu aan het gebeuren met de “secure trade lanes”. We zijn nu linken/lijnen aan het leggen tussen twee landen voor bepaalde transporten. Nederland is begonnen met China, wij gaan beginnen met India. Hier spreek je over een paar bedrijven die in de logistieke keten zitten en voor één welbepaald land. We willen hieruit leren. Maar het wordt onbeheersbaar wanneer we zo verder gaan. Het S.W.I.F.T.- model zou daarboven moeten staan. Op die manier zouden wij meer transparantie hebben maar ook meer elektronisch en geïntegreerd werken. We zullen ook aan al die eisen kunnen voldoen zowel voor belastingen, als voor fraudebestrijding als voor veiligheid.
Uit de visie zie ik ook dat de douaneadministraties zich zullen moeten omvormen/hervormen. Hoe ziet u dat? Kunnen andere administraties leren van de Belgische administratie?
We zijn zeker mee met deze evolutie. We zitten in een aantal projecten rond “secure trade lanes”, zoals India, Zuid-Korea, Zuid–Afrika, ook komt China erbij na de test met Nederland. China heeft beslist om zich open te stellen voor Duitsland en België.
Met PLDA hebben we een grote stap gezet naar een grote nieuwe informatietechnologie met de meest moderne software.
In het kader van het “MASP” (= multi annual strategic plan van de Europese commissie) gaan we een HUB zijn voor de 27 lidstaten. We zijn nu klaar om in dit plan te stappen maar we zijn niet de beste.
De Wereldbank heeft een studie rond logistiek gedaan bij 150 landen op basis van 7 criteria. Een van die criteria is douane. België scoort op de 7 criteria de 12de plaats, Nederland de 2de plaats, Duitsland de 3de plaats en UK komt op 9de plaats. Enkel op het criterium “Douane” scoren wij de 16de plaats. Hier staat Nederland op de eerste plaats, Duitsland op de 3de plaats en Uk op 13de plaats. Onze grootste concurrenten beschikken dus over een betere douane dan wij.
De studie is verhelderend, niet alleen voor douane maar voor de volledige logistiek. Ik hoor altijd zeggen dat België zo goed is in logistiek. Havenbedrijven zouden ook deze een oefening moeten doen om naar de andere criteria te kijken. We scoren goed op “prijs”, we zijn goedkoop. Maar de andere zaken zoals douane, IT, kennis van logistiek, beschikking van track - & tracingsystemen, enz. Hier scoren we slecht op. Men moet ook de moed hebben om dit onder ogen te zien en eraan te werken als we de logistiek willen promoten als de belangrijkste economische troef van ons land. De aandacht van het VBO is vandaar ook terecht. In de toekomst en in onze streek gaan de basisindustrieën weg. We zullen het dus moeten hebben van de toegevoegde waarde aan de logistiek. Er ontstaan ook allerlei nieuwe soorten bedrijven die de allerlaatste stap doen in het productieproces. We zijn de derde rijkste zone ter wereld. Hier is de derde grootste consumptie ter wereld, rijke maar ook zeer veeleisende klanten.
De laatste stap, het aanpassen aan de wensen van de klant, gebeurt dan ook zo dicht mogelijk bij de consument. Nieuwe soorten industrieën ontstaan waar de laatste fase van het productieproces naar hier komt.
Ondernemingen investeren zelf in douane om de logistieke positie van Vlaanderen of België op peil te houden of te verbeteren. Dat blijkt uit deze studie?
De overheid zal moeten investeren in een betere douane om soepel te kunnen inspelen op al deze veranderingen in de logistiek. Het is aan de overheid om de nodige stappen te zetten.
Wat is de rol van de WDO als katalysator in een aantal van die zaken? Wat kan het WDO precies doen voor haar leden?
In de eerste plaats is er de standaardisering. De werking van de douane moet transparant worden door in de eerste plaats standaarden te geven op heel wat vlakken. We hebben al de Kyoto-conventie waar standaarden ontwikkeld zijn voor de douaneprocedures. Maar er zijn ook standaarden rond het datamodel voor aangiften. Alle aangiften in de hele wereld zouden hetzelfde moeten zijn. In Europa hebben we slechts één document. Men heeft al veel werk verricht om te komen tot een gestandaardiseerd datamodel voor zowel invoer- als uitvoeraangiften. Er is ook het punt van “unique consignment reference” - nummer waar men één standaardnummer heeft om containers te identificeren. Er kunnen nog heel wat andere bijkomen zoals de HUB voor data-uitwisseling waar ook standaarden moeten komen. Men moet ook zeggen aan welke normen de informatie-uitwisseling moet voldoen, enz. Er zouden ook standaarden moeten komen rond de nieuwe technologieën van “service oriented architecture” waar heel wat mogelijk is. We zijn begonnen met databanken met massadata. Dat is onmogelijk als men wereldwijd wilt denken.
S.W.I.F.T. moet zorgen dat de informatie altijd ter beschikking en betrouwbaar is en dat men aanvaardt dat er een orgaan is die deze informatie bezit. Voor het WDO worden deze zaken heel belangrijk.
Nu ontwikkelen wij de elektronische systemen voor douane op een individuele basis. Dit is niet zinvol, zeker niet naar de ontwikkelingslanden toe. Het zou perfect mogelijk zijn dat de ontwikkeling gebeurt door het WDO. Dit ziet men ook bij Europa waar men de functionaliteiten beschrijft voor de 27 lidstaten in plaats van iedereen op individuele basis. Het WDO kan hier een rol spelen om te komen tot een globale integratie van de supply chains. Er zijn grote spelers op de markt zoals IBM die platvormen worden en zo een volledige service bieden. Technisch is het perfect mogelijk maar hier stelt men zich de vraag van de vertrouwelijkheid van de informatie. Zijn bedrijven bereid om hun informatie te geven die gekend zou kunnen zijn door hun concurrenten?
Ook hier kan het WDO een rol spelen via het certifiëren van de geconsolideerde platvormen in de privésector rond de logistieke keten, om hun als betrouwbare derde partij te aanvaarden.
Het is ook heel belangrijk om op eenzelfde manier voort te gaan met de standaarden die het WDO al gemaakt heeft met het SAFE-framework om te kunnen komen tot de green lanes. Het WDO kan belangrijk werk doen door de ondersteuning van de technologie meer hard en transparant te maken voor iedereen.
Een win-win voor iedereen maar ik zie ook belangrijke spin-offs indien we erin slagen om de uitvoer en invoer te verbinden ondersteund door standaarden en door een netwerk. Dan kunnen we een platform aanbieden voor alle overheidsdiensten, een “single window”.
Een eerste spin-off is van het WDO een “worldwide target center” maken. Er bestaan al nationale target centers, zo hebben wij onze “centrale dienst van informatiebeheer”. Waarom deze centra’s niet verbinden en dit centraal maken bij het WDO?
Een tweede Spin-off is naar “milieu” toe. Elke ton papier die gebruikt wordt staat gelijk met een carbon footprint van zes ton. Er is geen beter groen initiatief dan wanneer we het douanepapier uit de wereld zouden helpen.
Een derde spin-off is het feit dat het “zichzelf terug betaalt”. Ik zou graag een globaal business model maken om aan te tonen dat het zich economisch zelf terug betaalt. Nu wordt onder andere aan de Wereldbank en IMF gevraagd om geld te geven voor allerlei individuele projecten. Zouden we niet met een globaal businessplan naar die organisaties gaan om daar dan die fondsen te krijgen vooral naar de ontwikkelingslanden toe? Zo kunnen we een geïntegreerd netwerk en een elektronische douane maken.
Interessant is het idee om de ontwikkelingslanden hierbij nauw te betrekken. In de discour rond de beveiliging van de supply chain gaat het bijna enkel rond de relaties met een paar grote handelsorganisaties zoals de Verenigde staten en China. Maar interessant is dat er een goed aspect is voor de ontwikkelingslanden. Dit is nieuw waarbij u ook steun zoekt bij de ontwikkelingslanden om dat idee verder te ontwikkelen.
We kunnen op de traditionele manier verder gaan door een studie uit te voeren waarbij de deur van die ontwikkelingslanden wordt platgelopen door de Wereldbank, IMF, WDO, door Europa, ontwikkelingshulp en individuele contacten. De landen krijgen een studie die de eventuele verbeterpunten weergeeft maar daar stopt het. Dit is niet de goede aanpak.
We zouden eerder het functionele in de praktijk trachten te brengen in plaats van hun nogmaals te zeggen wat ze al weten. Het ontbreekt hun echter aan middelen. Het moet mogelijk zijn om dit voor die landen globaal te bekijken en zo de nodige fondsen bij elkaar te krijgen.
Denkt u dat u gemakkelijker steun zult vinden bij de ondernemingen? Dit zijn initiatieven over visie die ook hun weerslag gaan hebben hoe ondernemingen zich organiseren in de nationale handel.
Als ik kijk naar de klassieke multinationals die ook wereldwijd opereren, die zullen ook geaffecteerd worden. Die ook de voordelen kunnen behalen door informatie aan de ene kant voor de export moeten ophoesten kunnen gebruiken voor de inklaringskant.
Dit heeft voor hen heel grote voordelen alsook het voordeel van gecertificeerd te worden als betrouwbare partij. Zo krijgen ze green lane wat een veel kortere doorloop en hun elektronische gegevens beter organiseren, enz. inhoudt. Ze zijn ook vragende partij in dit gebeuren.
“Authorized economic operator” is goed maar als men over de grenzen gaat dan geraakt men niet ver met zijn certificaten. Dit moet gelinkt kunnen worden aan een volledige supply chain. Vandaar ook de afspraken die gemaakt worden met de andere landen, zoals India en China. Hierdoor verloopt de certificering op eenzelfde manier en verstaan we hetzelfde onder een controle, hebben we een akkoord over welke gegevens onder welke vorm worden uitgewisseld en welke gegevens we aan de bedrijven vragen.
Wereldwijd ontstaan nu tientallen projecten. Zo is er een project tussen China en Amerika, Amerika met Australië en tussen Australië met Zuid-Amerika. De bedrijven zijn hiervoor gevoelig. Ze vinden het goed voor het moment maar vragen naar een meer globale aanpak.
Is het ook mogelijk om vanuit de WDO ook druk te leggen op de Europese Unie om de voordelen van AEO concreter te maken? Nu is er een drempelvrees om erin te stappen omdat de voordelen voor hen nu niet altijd zo duidelijk zijn.
Inderdaad. In de communicatie van Trends wordt er veel over douane gesproken zonder dat men douane hierbij betrokken heeft. Er wordt de schijn gewekt dat als men “AEO” is dat men veel voordelen en green lanes zal hebben.
Ik ben akkoord maar onder voorwaarde dat het begint bij de uitvoer en dat al de partijen betrokken zijn. Zo lang dit niet is, zullen een aantal voordelen gegeven worden zoals op voorhand weten wanneer men gecontroleerd wordt. Dit zal echter geval per geval, transactie per transactie zijn.
De overstap naar echte “System Based Controle” waar men achteraf in uw systemen dit gaat bekijken, is echter pas de volgende stap.
Hier speelt Europa een grote rol en is hierbij ook nauw betrokken. Zij zijn sinds vorig jaar lid van de WDO als Europese Gemeenschap. Er zullen nog andere organisaties volgen.
Mijn voorstel van S.W.I.F.T. zal hierdoor sneller gaan. Men moet bestaande kleine HUB’s verbinden in één grote HUB. Eigenlijk probeert Europa nu met MASP van Europa een grote HUB te maken.
U zegt eigenlijk dat de rol van WDO sterker zal worden doordat de vrijhandelsblokken als douane-unie lid worden van het WDO. Kunnen we in België vanuit de overheid concrete zaken doen rond “AEO”? Er worden bijvoorbeeld een aantal faciliteiten gegeven inzake PLDA wanneer een onderneming “authorized economic operator” is.
Inzake douane heeft België geen vrijheid maar het is Europa die het aangeeft. Er zullen in de loop van de tijd meer voordelen gekoppeld worden aan “AEO”. In de green lanes zal men niet meer transactiegericht werken maar systeemgericht. Dat is de grote overstap die gemaakt zal worden en waarvoor men AEO moet zijn. Men kan op deze manier gecontroleerd worden in zijn systeem.
Men zal interne controles inbouwen in de audit die vooraf gedaan wordt. Deze controles zal door de douane regelmatig bekeken worden.
De volgden stap is dat men geen aangifte zal moeten doen. Dit is al ingeschreven in het douanewetboek en zal in werking treden tegen 2010. Wij gaan echt naar een systeem voor “AEO” waarbij ze zelf hun belastingen kunnen berekenen en doorstorten. Wij zullen regelmatig kijken of de berekening correct is en of men op tijd heeft doorgestort en dit alles zonder aangifteplicht.
De eerste stap is de wetgeving dat samen met Europa bekeken wordt. Europa ziet ook toe op al de projecten die ontstaan rond “secured trade lanes”. Zij willen daar echt medezeggenschap over. De Europese Unie is ook lid van de werkgroep met India waardoor zij nadien weten wat aan voordelen in de wetgeving ingebouwd moet worden.
Het eerste is de aangifteplicht die zal wegvallen. Er zijn ook ander voordelen zoals de green lanes. Deze zullen ook na zoekwerk aan de hand van de pilootprojecten hard gemaakt worden in de wetgeving.
Recente commentaren