Onlangs bracht de Hoge Raad van Financiën (HRF) een advies uit inzake milieufiscaliteit. De HRF pleit daarin onder meer voor hogere belastingen op brandstof en stookolie, een belasting per ton CO2-uitstoot en een heffing op basis van het aantal afgelegde kilometers, zowel voor vrachtwagens als voor personenwagens. Ook het fiscaal voordeel voor bedrijfswagens en tankkaarten zou moeten verdwijnen. Op het gebied van vastgoed stelt de HRF voor dat huiseigenaars verplicht worden om een energieaudit van hun woning te laten uitvoeren. Om de gezinnen met een lager inkomen niet al te veel te treffen, wil de HRF hen in ruil energiecheques schenken.
Staatssecretaris voor Milieufiscaliteit Bernard Clerfayt had in eerste instantie wel oor naar deze interessante en onderbouwde voorstellen. Op 28 september zag hij nog brood in een verhoging van de accijnzen op diesel, en pleitte hij zelfs voor een verhoging met twintigtal eurocent. Hij liet ook verstaan dat de wegvervoerders, die momenteel van een gunstregime genieten inzake diesel, hun voordelen vanaf januari geleidelijk zouden verliezen.
De staatssecretaris moest echter al gauw toegeven dat deze voorstellen niet binnen de regering waren besproken. Wat later bedroeg de voorgestelde verhoging 4 eurocent.
Om tot slot nog later te beëindigen met “nooit te hebben gezegd dat diesel op korte termijn zwaarder zou moeten worden belast“.
Het betere bochtenwerk, met andere woorden. Of een spelletje ‘hoger lager’. Maar een uitgekiende milieufiscaliteit blijkt het federale fiscaal beleid jammer genoeg niet te zijn.
[…] 0 Ga naar het originele bericht […]