In Spoon River Anthology leert de Amerikaanse dichter Edgar Lee Masters ons in 244 grafschriften de oud-bewoners van Spoon River, een klein provinciestadje in Illinois, kennen. Door een gedicht uit deze bundel te kiezen, sluit ik
mooi aan bij het thema van Gedichtendag 2010: grenzen. Want in de gedichten roddelen de doden over zichzelf en elkaar, over de grenzen van leven en dood heen.
Schrijver-muzikant Elvis Peeters bracht in 2007 een prachtige vertaling van deze bundel uit. Ik koos voor de lezers van TaxTalk.be het gedicht ‘George Trimble’ uit, waarin wordt gesproken over de ’single tax’ van Henry George.
Photo credit by: <Stichting Lezen>
Do you remember when I stood on the steps
Of the Court House and talked free-silver,
And the single-tax of Henry George?
Then do you remember that, wen the Peerless Leader
Lost the first battle, I began to talk prohibition,
And became active in the church?
That was due to my wife,
Who pictured to me my destruction
If I did not prove my morality to the people.
Well, she ruined me:
For the radicals grew suspicious of me,
And the conservatives were never sure of me -
And here I lie, unwept of all.
George Trimble (vert.)
Herinneren jullie je nog toen ik op de trappen stond
Van het Gerechtshof en sprak van het vrije geld,
En de enkelvoudige belasting van Henry George?
En herinner je je ook dat, toen de Onbetwiste Leider
Zijn eerste nederlaag leed, ik over drooglegging begon,
en actief werd in de kerk?
Dat was te wijten aan mijn vrouw,
Die mij mijn ondergang voorschilderde
Als ik de mensen niet mijn deugdelijkheid bewees.
Welnu, zij richtte mij te gronde,
Want de radicalen werden wantrouwig tegen mij,
En de conservatieven waren nooit zeker van mij -
En hier lig ik, door niemand betreurd.
De ’single tax’ van Henry George
In bovenstaand gedicht is sprake van de ‘single tax’ van Henry George (1830-1897), een Amerikaans econoom, publicist en politicus. George stelde dat particulier eigendom van grond de belangrijkste oorzaak is van armoede. Dat hoger belasten zou dan ook helpen armoede te bestrijden. Particulier eigendom van natuurlijke giften is onnatuurlijk en nergens op gebaseerd, wierp hij op. Grond is namelijk zoals alle andere natuurlijke rijkommen als water, wind, lucht, licht een ‘publiek goed’: ze behoren de mensheid als geheel toe en aan niemand in het bijzonder. Eigendom van grond kan daarom geen absoluut, maar slechts een relatief recht zijn, met de bijbehorende plicht tot zorg en goed gebruik.
Het is moreel onmogelijk om belasting te heffen op de vruchten van menselijke arbeid, redeneerde George, maar het is wel moreel vanzelfsprekend dat de gemeenschap betaling vraagt voor het bezit en gebruik van grond. Met zijn ’single-tax program’ verdedigde George een hoge grondbelasting aan een tarief gelijk aan de huurwaarde van de grond. Zo zou de overheid uit deze pacht voldoende inkomsten kunnen genereren om haar programma’s uit te voeren zodat alle andere belastingen, zoals inkomstenbelastingen, zouden dan afgeschaft worden (nu zou dat quasi onmogelijk zijn). George dacht dat de single tax nog meer voordelen had: grondspeculatie zou ontmoedigd worden, terwijl landgebruikers zouden aangemoedigd worden om de grond op de meest efficiënte manier te gebruiken.
“de Slalom soft” van Paul Bogaert (Meulenhoff|Manteau– Standaard Uitgeverij) wordt bekroond met de Herman de Coninckprijs voor de beste dichtbundel (€ 6.000).
Uit het juryverslag: Binnen de grenzen van de poëzie is de taal van Paul Bogaert verrassend verhalend. De alledaagse spreektaal jaagt niet op effect, grote gevoelens of krachtige beelden. Ze glijdt voorbij in haar onnadrukkelijkheid. […] In de Slalom soft wordt gespuwd, gehijgd, geslikt en gewalgd. Je ruikt het zweet, je voelt de jeuk, de poëzie is zoek maar van het gebrek aan poëzie wordt opnieuw poëzie gesmeed.
Paul Bogaert (°1968) studeerde Germaanse filologie in Brussel en Leuven. Hij werkt als redacteur bij www.kluwer.be. Voor zijn eerste bundel, Welcome Hygiëne (1996), kreeg hij de Driejaarlijkse Prijs voor Letterkunde Poëzie van de provincie Vlaams-Brabant. De bundel Circulaire systemen (2002) werd genomineerd voor de H.C. Pernathprijs 2003 en AUB (2006) kreeg een nominatie voor de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs Poëzie 2007. In 2008 schreef hij het essay Verwondingen. Over poëzie.