De Belgische Administratie heeft het afgelopen jaar op basis van door Nederland gerenseigneerde interesten een groot aantal vragenbrieven over het aanslagjaar 2007 de deur uitgedaan. Dit heeft veelal geleid tot naheffingen en de inning van kleine boetes. Deze informatie is veelal door Nederland verstrekt op basis van de al op 1 juli 2005 in werking getreden Europese Spaarrenterichtlijn.
Anders dan dat de naam doet vermoeden ziet de richtlijn niet alleen op spaartegoeden aangehouden bij een (buitenlandse) bank. Rentebetalingen gedaan door bijvoorbeeld een Nederlandse vennootschap aan een in bijvoorbeeld België woonachtige natuurlijke persoon vallen ook onder deze richtlijn. Met name dit laatste aspect is ondanks dat de richtlijn al 5 jaar geldt, nauwelijks algemeen bekend in België alsook in Nederland.
In mijn bijdrage schets ik kort de werking van de Nederlandse implementatie van deze richtlijn.
Photo credit by: <AD.nl>
Doel
De Spaarrenterichtlijn heeft als doel ervoor te zorgen dat belastingheffing over ontvangen interesten in de EU-lidstaten effectief en ook daadwerkelijk kan plaatsvinden. De spaarrenterichtlijn schrijft hiertoe een automatische gegevensuitwisseling voor tussen de EU-lidstaten (of een aantal andere landen en gebieden) van grensoverschrijdende rentebetalingen. Deze gegevensuitwisseling geldt niet voor alle deelnemende landen en gebieden. Landen die geen gegevens uitwisselen dienen een bronheffing in te houden. Deze bronbelasting bedraagt nu 15% en wordt vanaf 2008 respectievelijk 2011 verhoogd naar 20% en 35%.
Op wie van toepassing
De richtlijn is van toepassing op lichamen en natuurlijke personen die in het kader van hun onderneming rentebetalingen verrichten aan natuurlijke personen die in een andere EU-lidstaat wonen. Rentebetalingen zien op alle vormen van rente. Het maakt in dit kader niet uit of de rente betaald of bijgeschreven wordt. De richtlijn is dus niet van toepassing op louter financiële instellingen, maar geldt dus ook voor B.V. en VOF’s.
Verplichtingen voor Nederlandse debiteurs
Het uitkerende lichaam of persoon is verplicht om degene aan wie hij de rente uitbetaalt te identificeren. Aan de hand van een geldig identiteitsbewijs moeten naam, adres, woonplaats en sofi-nummer worden geregistreerd. Ten tweede moet de uitbetalende instantie de volgende gegevens doorgeven aan de Nederlandse Belastingdienst:
- de identiteit en woonplaats van degene die de rente ontvangt;
- de naam en het adres van de uitbetalende instantie;
- het rekeningnummer van de ontvanger van de rente of, bij het ontbreken daarvan, een eenduidige omschrijving van de rentedragende schuldvordering;
- het bedrag van de betaalde rente;
- gegevens over de soort rentebetaling.
Termijn
Deze gegevens moeten binnen twee maanden na de rentebetaling worden verstrekt aan de Nederlandse Belastingdienst. Hiervoor bestaan speciale formulieren. Het is evenwel toegestaan de melding te beperken tot het totaalbedrag aan uitbetaalde rente per jaar. Dit betekent dat de eerste melding moet plaatsvinden uiterlijk op 28 februari 2010 met betrekking tot de uitbetaalde rente over 2009
Voldoet de Nederlandse uitkerende niet aan de meldingsverplichting dan loopt zij het risico dat een boete wordt opgelegd. Steeds meer Nederlandse BV’s en ondernemingen voldoen aan deze richtlijn, zodat het net voor zwartspaarder in Europa zich steeds meer sluit.
Bron: gratis bronnen, www.monKEY.be
Recente commentaren