Zeer recent (18 maart 2010) is door het Europese Hof van Justitie een uitspraak gewezen in de zogenaamde Gielen-zaak omtrent de houdbaarheid van de Nederlandse wetgeving. Hoewel deze zaak in beginsel niet zag op de Nederlandse hypotheekrenteaftrek lijkt deze ook zeer gunstig voor de niet in Nederland wonende belastingplichtige die de rente van zijn buitenlandse eigen woning in aftrek wenst te brengen in zijn Nederlandse aangifte. Ik schets hieronder eerst nog kort even de problematiek.
Huidige valkuilen bij de keuze voor binnenlandse belastingplicht
De Belgische inwoner met Nederlands belastbaar inkomen die in zijn Nederlandse aangifte inkomstenbelasting kiest voor de behandeling als binnenlands belastingplichtige, mag bepaalde aftrekposten in mindering brengen op diens Nederlands belastbaar inkomen. In dat kader kan onder meer de betaalde rente op de lening ten behoeve van de eigen woning ten laste worden gebracht van het belastbaar inkomen. Dit kan in beginsel voor het volledige bedrag ! Daartegenover staat dat een forfaitair bedrag in aanmerking genomen dient te worden voor het veronderstelde genot dat de woning oplevert, het zogenoemde eigenwoningforfait, dat met de rente gesaldeerd te worden. Dit is min of meer vergelijkbaar met het Belgische Kadastraal Inkomen, met dien verstande dat het eigenwoningforfait gerelateerd is aan de waarde van de woning die in beginsel jaarlijks opnieuw bepaald dient te worden. Indien per saldo sprake is van een positief bedrag, mag dit op nihil worden gesteld, doch levert het opteren uit dien hoofde ook geen voordeel op.
Photo credit by: <Verhuisplaats.nl>
De Nederlandse belastingdienst stelt dat deze renteaftrek enkel mogelijk is, indien gekozen wordt voor de behandeling als binnenlands belastingplichtige. Aan deze keuze zijn ook nadelen verbonden.
Inhaalregeling
Opteren voor binnenlandse belastingplicht is enkel voordelig op het moment dat het buitenlands inkomen per saldo negatief is. Als op enig moment dat per saldo sprake is van positief buitenlands inkomen (lees: inkomen waarover Nederland niet heffingsbevoegd is) is opteren niet voordelig en treden ook de nadelen van de inhaalregeling in werking. Daarbij dient men te denken aan situaties waarin men ook in België gaat werken of een pensioen ontvangt dat in principe belastbaar is in het woonland.
Door de gemaakte keuze zal Nederland het buitenlands inkomen - als onderdeel van het wereldinkomen – in aanmerking nemen voor de vaststelling van het belastbaar Nederlands inkomen.
Vervolgens zal Nederland de inkomsten vrijstellen die niet in Nederland mogen worden belast, voorzover er geen sprake is van negatieve buitenlandse inkomsten uit het verleden. In feite gaat dit veelal om de afgetrokken rente in het verleden. Nederland zal namelijk eerst deze bedragen “inhalen” alvorens men deze vrij stelt, dit noemt men de zogenoemde inhaalregeling. In dat geval ontstaat een situatie van dubbele belastingheffing ! België is bevoegd te heffen omdat zij op grond van het Verdag niet vrij dient te stellen; Nederland stelt niet vrij tot het niveau van de genoten aftrek in het verleden.
Terugploegregeling
Met de inhaalregeling wordt men evenwel niet geconfronteerd indien men gewoonweg niet langer meer opteert. Alsdan kan echter de sanctie van de terugploegregeling parten gaan spelen. Deze bepaalt dat, indien niet wordt geopteerd, terwijl men wel kan opteren, de totale aftrek van de voorgaande acht jaren in het voorgaande jaar bij het belastbaar inkomen wordt geteld.
In de regel zal deze teruggenomen som belast worden aan het Nederlandse toptarief (52 %), waarbij de daadwerkelijke aftrek zelfs mogelijk tegen een lager tarief is genoten.
Keuzeregeling in strijd met Europees recht
Een Nederlands ingezetene wordt op dit punt echter niet geconfronteerd met deze sanctieregelingen. Dit speelt alleen voor de niet-ingezetene. Deze zal moeten opteren om de rente-aftek te genieten, doch haalt daarmee ook de risico’s van de sanctieregelingen binnen. In de literatuur wordt al geruime tijd gesteld dat dit onderscheid in strijd is met Europees recht. De uitspraak van 18 maart van het Europese Hof van Justitie lijkt de strijdigheid verder te onderschrijven.
Uitspraak Hof van Justitie 18 maart 2010
In deze zaak was in geschil of een buiten Nederland gevestigde ondernemer die ook in Nederland middels een vaste inrichting een onderneming uitbaatte enkel recht had op een bepaalde faciliteit waarvoor gekozen moest worden voor de behandeling als binnenlands belastingplichtige. De ondernemer wenste evenwel niet te opteren. Hij ging de strijd aan met de inspecteur en belande uiteindelijk bij de Hoger raad der Nederlanden, Nederlands hoogste rechtscollege, die in dit kader de houdbaarheid van deze voorwaarde als vraag voorlegde aan het Europese Hof.
Het hof heeft uiteindelijk geoordeeld dat het Europees recht zich verzet tegen een nationale regeling die, waar het gaat om de toekenning van een fiscaal voordeel, discriminerende gevolgen heeft voor buitenlandse belastingplichtigen, zelfs indien deze belastingplichtigen met betrekking tot dat voordeel kunnen kiezen voor toepassing van de regeling voor binnenlandse belastingplichtigen.
Is opteren om renteaftrek te bekomen na Gielen nog noodzakelijk ?
Deze uitspraak is de zoveelste aanwijzing dat dit niet meer noodzakelijk is. De Hoge raad zal zich echter nog moeten uitspreken in lijn met deze Europese uitspraak.
Is in het verleden niet gekozen voor binnenlandse belastingplicht en mitsdien geen rente in aftrek gebracht dan lijkt het nuttig om de rente vanaf nu toch in aftrek te (laten) brengen zonder te opteren. Voor oude jaren die nog openstaan kan mogelijk nog om herziening worden verzocht.
De belastingplichtige die wel al geopteerd heeft in het verleden, dient na te gaan of hij al dan niet wenst te blijven opteren. De fiscus zal zich dan naar verwachting evenwel (althans voorlopig) op het standpunt stellen dat de terugploegregeling in werking treedt indien niet langer wordt geopteerd. In bepaalde gevallen moge het overhevelen van de aftrek naar de partner al een deel van het probleem oplossen. Ook een bezwaarschrift in dienen tegen de jaarlijkse vaststelling van negatieve gestalde buitenlandse inkomsten (lees: de som van de in het verleden in aftrek gebrachte bedragen) wordt eveneens wel als actiepunt gemeld.
Hopelijk leidt Gielen inderdaad tot het wegvallen van de negatieve effecten van het keuzerecht. Dat werd eerder echter ook verwacht van Renneberg.
Wel jammer van de titel. Niet alleen Nederbelgen maken immers gebruik van de hypotheekrenteaftrek in Nederland. Ook voor de “Belgische grensarbeider” geldt dit immers sinds 2003.