Energiebesparende uitgaven leveren flink wat belastingbesparing op.
Maar de fiscale regeling is o zo complex. Sommige groene investeringen leveren vandaag nog een belastingvermindering op, morgen echter niet meer. Bepaalde verminderingen zijn overdraagbaar naar een volgend jaar, andere dan weer niet. Welke verminderingen kunnen worden omgezet in een belastingkrediet? En welke uitgaven geven nog recht op een verhoogde vermindering? Bijgevoegd schema helpt u om door de bomen het bos te blijven zien.
De financiële crisis heeft het vertrouwen in banken en allerlei financiële adviseurs ernstig ondermijnd. Om dat vertrouwen te herstellen (en uw cliënteel te behouden en te vergroten) wordt meer en meer gepleit voor meer ethiek en/of deontologie. Maar wat is deontologie eigenlijk? Vanwaar komt dat begrip? En is deontologie niet in tegenstrijd met een goede vrije markt? En volstaat het volgen van één of andere beroepscode dan?
Deontologie is een algemene term die meestal doelt op de plichtenleer, eigen aan een bepaald beroep. Deontologie wordt hier evenwel gebruikt als een synoniem voor professionele ethiek, m.a.w. plichtenleer aangevuld met ethische beginselen. Plichtenleer is dan weer synoniem voor tucht en tuchtrecht is diezelfde plichtenleer maar dan met sancties. Deontologie is bijgevolg een geheel van regels die zorgen dat een beroepsgroep blijft functioneren als groep en met derden handelt op een ethische wijze.
Hieronder vindt u een uittreksel van het verslag van de Kamercommissie Financiën van 22 april 2009.
Staatssecretaris Clerfayt bevestigt de automatische en ambtshalve terugbetaling van de belasting die gehuwde en wettelijk samenwonende werklozen te veel hebben betaald sinds aj. 2005, omdat ze als gezin werden belast (cumul) in plaats van als individu (decumul).
Een monsteroperatie…
Voor aj. 2009 zal automatisch de meest voordelige belastingberekening (cumul of decumul) worden toegepast.
Belangt elke gehuwde of wettelijk samenwonende aan die de afgelopen vijf jaar een werkloosheidsuitkering heeft ontvangen. Dit raakt echter niet aan de bruggepensioneerden; zij genieten de decumul al sinds aj. 2005.
Ik kan me niet meer herinneren of ik in het tweede of derde leerjaar zat toen ik te horen kreeg dat een (normaal) kalenderjaar bestaat uit 365 dagen, te beginnen op 1 januari en eindigend op 31 december. Toch zijn er in België fiscale ambtenaren (en sommige rechters) die beweren dat een jaar loopt van 1 januari tot 1 januari …
Liberty
Een vijftiental jaren geleden bracht een Luxemburgse verzekeringsmaatschappij een verzekeringsproduct op de Belgische markt waarbij beleggers die langer dan acht jaar hun spaarcenten konden missen een mooi rendement konden behalen.
Deze “Liberty Invest”-contracten zijn een klassieke toepassing van een levensverzekeringscontract van het type “tak 21”. De polissen voorzien, tegen betaling van een eenmalige premie, in geval van overlijden, in de uitkering van een kapitaal of, in geval van leven bij het verstrijken van de overeenkomst, in de uitkering van een kapitaal verhoogd met de gekapitaliseerde rente (tegen een vaste interestvoet op jaarbasis).
Talloze beleggers/verzekerden verkeerden in de waan dat de interesten die hen na het verstrijken van de duurtijd door de levensverzekeringsmaatschappij werden uitbetaald bij toepassing van artikel 21, 9°, b van het WIB 1992 van belasting waren vrijgesteld.
Op 1 oktober 2008 heeft de Franstalige fiscale kamer van het Brusselse Hof van Beroep een interessant arrest geveld aangaande de belasting op leegstaande en verwaarloosde gebouwen van de stad Brussel.
Wat waren nu de feiten die aanleiding hebben gegeven tot dit arrest? Een man had een pand in Brussel-Stad gekocht met de bedoeling dit om te vormen in loften, daarnaast zou de benedenverdieping als kunstgalerij gaan dienst doen. De man in kwestie was vol goede bedoelingen en nam al snel een architectenbureau onder de arm dat voor hem het totale kostenplaatje zou berekenen. Het architectenbureau nam hiervoor zijn tijd en intussen werd echter door een agent van de stad Brussel vastgesteld dat het pand zich in bouwvallige staat bevond. Op basis van deze vaststellingen vestigde de stad Brussel naderhand de belasting. Toen het architectenbureau vervolgens aan de man meedeelde wat het totale project hem precies zou gaan kosten, bleek de totale kostprijs hoog boven zijn budget te liggen, zodat de man zich genoodzaakt zag het pand opnieuw te verkopen. Uiteindelijk diende hij het gebouw te verkopen voor dezelfde prijs als hij het aangekocht had (dus met verlies!).